

|
Geschiedenis. |

|
Cattery La - Mees |















|
De Burmilla is een zachtaardige kat met een lief en aanhankelijk karakter. Zij zijn niet zo buitensporig en onbesuisd als een van hun voorouders, de Burmees, en ook niet zo inventief. In vergelijking lijken zij misschien wat verlegen en terughoudend tegenover vreemden, zij nemen de tijd om de mensen te leren kennen. Burmilla’s zijn grote kletskousen, zij leveren doorlopend commentaar op alles wat er in huis gebeurt en zij hebben je een hoop te vertellen als je thuiskomt. Ze zijn geweldige moeders en bevallen gemakkelijk. Wanneer twee of meer poezen tegelijk een nest hebben dan staan zij erop dat alle kittens bij elkaar gedaan worden zodat de moeders gezamenlijk voor alle kittens kunnen zorgen. Zelfs oudere kittens of volwassen katers zijn dan welkom, om een handje te helpen of voor een slok moedermelk! Alles bij elkaar is de Burmilla een goedgemutste, aanhankelijke kat met een gelijkmatig humeur en bovendien, ze zijn echt mooi! |
|
De ontwikkeling in Engeland
Jacynth en Gemma werden de grondleggers van de Kartush lijn van Burmilla’s. In twaalf jaar produceerden zij tweede, derde en vierde generatie Burmilla’s door broer-zuster combinaties en de vijfde generatie Burmilla’s door neef-nicht combinaties. In 1990 werden er nieuwe lijnen opgezet door twee derde generatie zussen te kruisen met niet aan elkaar verwante burmese katers. Met een van de zusters van Jacynth, Astahazy Larissa, begonnen Alan en Marion Lomas de Newtimber lijn en Newtimber Davidia, een van Larissa’s kleinzoons, heeft in de loop der jaren al veel mooie kittens gegeven. Verschillende andere lijnen stammen van de Kartush poezen af: Gazella van Barbara Gazzaniga, Brandywell
van Caroline Turner-Russel, Chantilly van Charles en Joan Halliday en Djendet van Michael en Jackie Garret. In 1983 nam The Cat Association of Britain (CA) de rasstandaard voor Burmilla’s aan en kon men Burmilla’s van alle generaties op de meeste CA-shows bewonderen.
In 1990 werd de CA de eerste Fifé club in Engeland. Daardoor werd de samenwerking tussen Engelse en Deense fokkers mogelijk en kon men gaan werken aan erkenning voor de Burmilla in de Fife. Tijdens een samenkomst in Engeland in 1993, werd door de aanwezige Burmilla fokkers, waaronder ook Deense fokkers, een voorlopige rasstandaard uitgewerkt. Deze standaard werd zowel door de CA als door Felis Danica geaccepteerd. Er werd besloten dat de Deense vereniging Felis Danica tijdens de Fife meeting te Praag een voorstel in zouden dienen om de Burmilla te erkennen en er werd besloten om enkel Deense Burmilla’s op de Fife meeting te presenteren omdat het onder de Engelse wetgeving niet mogelijk was om met een kat naar het buitenland te reizen zonder dat de kat bij terugkomst voor zes maanden in quarantaine moest.
|
|
De ontwikkeling in Denemarken
In 1984 werd er een nieuwe lijn begonnen met een bruine burmese kater, Thamakan Othello, en Maya Manetta, een Chichilla poes met een uitzonderlijk goede groene oogkleur. Uit deze combinatie kwam een erg mooie poes, Thamakan Silver Hebe, die één van de belangrijkste katten in het fokprogramma werd. In 1991 werd een nieuwe kat van Engeland gehaald de vijfde generatie kater Kartush Dahmlet en in 1992 kwam de poes Queensland Brandywell Blossom. Verschillende, in Denemarken gefokte Burmilla’s werden naar het buitenland geëxporteerd. Uiteindelijk werd in 1994, na tien jaar, werd de fokzuivere vijfde generatie Burmilla’s in Denemarken geboren. |
|
De ontwikkeling in Nederland
Op dit moment worden twee half nieuwe lijnen opgezet met niet verwante burmezen, zodat er ook in Nederland wat nieuwe bloedlijnen ontstaand. Op het moment zijn er nog niet zo veel burmilla fokkers actief in Nederland, maar dat aantal zal de komende jaren zeker gaan groeien. |
|
Het fokken van de Burmilla
De kruisingen tussen F1 broers en zusters leveren de F2 generatie en bestaan uit: a-fokzuivere Burmilla’s, b-Burmilla’s die de langhaar en/of de effenkleur genen dragen, c-zilver langharen, d-smokes, e-tabbies, f-effen katten. De laatste drie variëteiten komen dan nog als lang- of korthaar voor. De kruisingen van F2 met F2 Burmilla’s, geselecteerd op type en hopelijk fokzuiver, levert de F3 generatie op die voor een groter percentage uit fokzuivere Burmilla’s bestaat. Welke katten de ongewenste eigenschappen dragen is in dit stadium nog steeds gokken en zijn testkruisingen met oudere katten, waarvan de genetische opmaak bekend is, nuttig. In het bijzonder kruisingen met katten die al bewezen hebben de ongewenste langhaar en effen genen te dragen. Voortgaand met geteste F3-F3 kruisingen leveren de fokzuivere F4 generatie en F4xF4 levert de fokzuivere F5. Elke nieuw opgezette lijn kan tussen de vierde en de zesde generatie fokzuivere Burmilla’s voortbrengen.
Outcrosses naar één van de twee oorspronkelijke rassen zullen de ongewenste genen opnieuw inbrengen en het nageslacht zal weer als F1 gezien moeten worden. Echter, het blijft wel noodzakelijk om naar de Burmees terug te kruisen om het type te verbeteren en de genenpool te vergroten. Kruisingen tussen Burmilla’s van verschillende lijnen (ingeteeld, maar gestart van onverwante Burmees/Chinchilla ouders) versterken de gezondheid en de genenpool van het ras. Het Burmilla fokprogramma laat geen andere raskruisingen toe dan die tussen Burmees en Chinchilla. Het doel is het fokken van kortharige, zilver shaded/ tipped katten, naar de vastgestelde standaard, fokzuiver en in het bezit van een goede gezondheid.
Af en toe wordt er wel gevraagd waarom de Burmilla niet eenvoudigweg een zilver Burmees is. Het antwoord is dat de Burmilla, in tegenstelling tot de Burmees, een agouti kat is. Het is niet aan te raden Burmilla’s in de Burmezen fok in te zetten, zelfs niet als er ‘nieuw bloed’ nodig is. Dit zou enkel tot verwarring en teleurstelling leiden. De Burmezen fokkers hebben jarenlang gewerkt om van de groene oogkleur en de strepen af te komen en zijn daar nog steeds mee bezig. Om dan via de Burmilla de strepen van het agouti en de groene oogkleur van de zilver weer in de Burmees te brengen lijkt een slechte keus. Ook de vachten van de twee rassen zijn verschillend. De Burmilla heeft ondervacht, waardoor de vacht wat opgelicht wordt, en de Burmees heeft geen ondervacht. |